9789033131479

14 De leerstelling: Zij van wie de Heere de Herder is, zullen geen gebrek hebben. ‘Vreest den Heere, gij Zijn heiligen; want die Hem vrezen, hebben geen gebrek’ (Ps. 34:10). Waar is de man die God vreest, die kan zeggen, en in waarheid kan zeggen dat hem niets ontbreekt? ‘Die den Heere zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed’ (vs. 11); aan niets dat werkelijk, geestelijk goed is. Veel dingen schijnen ons goed te zijn, die dat in werkelijkheid niet zijn. De Heere weet dit. Zij die de Heere vrezen, merken dat hun verlangens bekoelen en zich matigen. In deze zin dorsten zij niet meer. Hun zal niets ontbreken. Het zal hun niet aan bescherming ontbreken. Eén belangrijk deel van de zorg van een herder is, dat zijn schapen in veiligheid mogen zijn. Zij zijn van nature heel vreesachtige schepselen; ze hebben vele vijanden, en bovendien zijn ze heel zwak. Gods volk in de wereld is als een kudde schapen die omringd is door honden en wolven. Hier is evenwel hun voorrecht: de Heere heeft hun verdediging op Zich genomen. Dat is ten opzichte van uitwendige dingen: hun persoon, bezit, betrekkingen, al hun belangen. ‘En ook uw haren des hoofds zijn alle geteld. Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.’ De meest zorgzame herder die er is, weet niet hoeveel lokken wol er op elk van zijn schapen is. Veel ervan wordt misschien door honden van hen afgescheurd, en veel door stekels en doornstruiken, waar ze niets aan kunnen doen. Maar onze Herder in de hemel zal ons beschutten, ja zelfs de haren op ons hoofd. Dat geldt ook voor hun bezit. De duivel zei tot God toen het over Job ging: ‘Hebt Gij niet een betuining gemaakt voor hem en voor zijn huis en voor al wat hij heeft rondom?’ ‘Rondom’, niet alleen maar aan één kant. Maar een heg kan verscheurd en doorbroken worden. ‘Rondom Jeruzalem zijn bergen; alzo is de Heere rondom Zijn volk, van nu aan tot in der eeuwigheid.’ Een muur van heuvels. Maar de hoogste bergen die

RkJQdWJsaXNoZXIy OTA4OQ==