9789033131592

10 waren gesloten. Na de eerste kreetjes had ze niet meer gehuild, maar heel zoet in de armen van haar moeder gelegen. Toen Izak haar overnam, ademde ze rustig en zacht en ze sliep door alsof de wereld om haar heen niet belangrijk genoeg was om de ogen voor te openen. Af en toe bewoog het gezichtje in een reflex. Dan gingen de donkere wenkbrauwtjes mee op en neer. Het was wonderbaarlijk hoe mooi ze geschapen was. Izak glimlachte. Zachtjes begon hij te praten tegen het kleine gezichtje. ‘Zo,’ zei hij, ‘daar ben je dus. Wat ben je lief. We zullen je een mooie naam geven.’ Hij keek even naar Sarah in haar hoge, witte bed. ‘Je mag het nog niet verklappen, hoor,’ zei hij weer tegen de dichte oogjes, ‘want we gaan je naam pas openbaar maken bij de volgende sjabbat. Maar we hebben al iets moois voor je bedacht. De naam past precies bij jou. Vind je niet, mama?’ Hij keek Sarah aan, en zij keek glunderend naar hem op. Ze hadden lang nagedacht welke naam passend was. Naamgeving was belangrijk, dus ze wilden niet over één nacht ijs gaan. Voor hun oudste dochter hadden ze Yehudith bedacht: prijzenswaardige. Ze hoopten en baden dat het meisje de Eeuwige mocht leren kennen en prijzen. Maar ook dat ze een prijzenswaardig leven zou leiden. Hun tweede dochter noemden ze Nechama. Dat betekende zoveel als troost. Hoewel ze maar een jaar scheelde met haar zusje Yehudith, was Nechama geboren in een periode van veel zorg. Sarah was net zwanger toen Izak een ernstige ziekte kreeg. Hij had al langer klachten van benauwdheid. Aanvankelijk wilde Izak er geen aandacht aan besteden, maar op een bepaald moment was het zo erg, dat hij nachten lang wakker was, rechtop in de kussens zittend met ernstige ademhalingsproblemen. Uiteindelijk werd hij opgenomen in het ziekenhuis.

RkJQdWJsaXNoZXIy OTA4OQ==