12 naar Friesland op vakantie ging, om de plaatsen en kerken te bezoeken die in deze boeken worden genoemd, bibliotheken en antiquariaten af te struinen op zoek naar boeken en tijdschriften van en over het FrieseRéveil, en vooral, uiteindelijk, om in archieven, en met name in het Tresoar in Leeuwarden, de bronnen te vinden die het verhaal konden aanvullen zoals Wumkes dat had verteld over een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Friese Réveil, ds. Jan Wouter Felix (1824-1904).4 Dat er een boek over ds. Felix moest komen, realiseerde ik mij toen ik tijdens een van mijn tochten door Friesland in Longerhouw kwam, een dorpje bij Bolsward. Aan het begin van het dorp stond een verkeersbord dat aangaf dat de weg doodliep. En dat klopte. Er is maar één straat, er staanwat huizen en boerderijen en een prachtig oud kerkje en een pastorie, en dan eindigt de weg op een erf. Bij het haventje zaten vier zeer autochtone mannen op leeftijd koffie te drinken, en ze nodigden me uit bij hen te komen zitten. Ze vertelden dat er 46 mensen in Longerhouw wonen. Maar het dorp heeft betere tijden gekend. Na de oorlog had het zelfs een schooltje. En dan de negentiende eeuw, toen ds. Felix hier stond, en het dorp een van de centra was van het Friese Réveil! Ik geloofdemijnorenbijna niet. Ikwasmet vakantie inFriesland, omte fietsen en tewandelen, te zeilen en in een sloepwat te spelevaren,maar eigenlijk waren al die activiteiten slechts een voorwendsel, door mijn allernaasten met een glimlach getolereerd, voor een pelgrimage. Ik bezocht Sneek en Heeg, endorpjes als Eastereind enSkearnegoutum, IdsegahuizumenPiaam en Suameer. En zo was ik deze morgen in Longerhouw en Schettens, want daar was ds. Felix in 1848 zijn ambtelijke loopbaan begonnen. Hier, in dit isolement, temidden vanmodder- en vaarwegen en een bevolking van toen zo’n negentig zielen, had hij zijn tweede academie gevonden: door het lezen en uitgeven van oude schrijvers en door contacten met diepvrome Hopman werd inWouterswoude bevestigd door ds. J. Krull van Spannum en Edens, die jarenlang secretaris-penningmeester van de Friese Vrienden derWaarheidwas en daarmee een van de voormannen van het FrieseRéveil.Krull schreef Eenige mededeelingen aangaande het ontstaan en de geschiedenis der Provinciale Friesche Vereeniging van Vrienden der Waarheid (Sneek, 1894). 4. Behalve het portret datWumkes van Felix heeft gegeven, is er de degelijke doctoraalscriptie van J.G. Luinstra (‘Ds. Jan Wouter Felix (1824-1904), in het bijzonder zijn houding tegenover de Vrije Universiteit en de Doleantie’, Vrije Universiteit, 1976). J.J. Kalma maakte (in 1984) een begin met het in kaart brengen van de publicaties van en over Felix (Tresoar).
RkJQdWJsaXNoZXIy OTA4OQ==