9789033132339

24 / 1.2 HISTORISCHE VERKENNING Engelse puriteinen gangbare uitdrukking further reformation.55 De aanduiding ‘Nadere Reformatie’ werd in 1882 door G. J. Vos (1836-1913) als kerkhistorisch begrip geïntroduceerd. Het gaat bij hem om ‘een krachtig en vruchtbaar streven om de Gereformeerde kerk nader te reformeeren langs den kerkelijken weg.’56 Op basis van recent onderzoek hanteert de Stichting Studie der Nadere Reformatie (SSNR) de volgende omschrijving: ‘De Nadere Reformatie is die beweging binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerk in de zeventiende en achttiende eeuw, die in reactie op de verflauwing van of een gebrek aan levend geloof de persoonlijke geloofsbeleving en godsvrucht centraal stelde en van hieruit inhoudelijke en procedurele reformatieprogramma’s opstelde, bij de bevoegde kerkelijke, politieke en maatschappelijke organen indiende en/of in aansluiting hierbij zelf een verdere hervorming van kerk, samenleving en staat in woord en daad nastreefde.’57 Van de Kamp bevestigde de relevantie van dit begrip en stelt dat hierbij moet worden rekening gehouden met het feit dat een beweging als deze zich niet altijd eenvoudig laat dateren en een complexe samenstelling kent. Hij wil daarom niet een strak model construeren.58 In dit verband pleit H. Westerink voor een meer objectieve benadering. Het model van de Nadere Reformatie moet niet steeds bij afzonderlijke predikers worden getoetst, maar aan de hand van geschriften en handelingen van kerkelijke vergaderingen.59 Van de Kamp stelt dat het model naar zijn functionaliteit moet worden beoordeeld.60 Als we deze omschrijving met die van het Gereformeerd Piëtisme vergelij55 L.F. Groenendijk, ‘De oorsprong van de uitdrukking ‘nadere reformatie’’, in: Documentatieblad Nadere Reformatie, 9 (1985), nr. 4, 128-134; vgl. F.A. van Lieburg, De Nadere Reformatie in Utrecht ten tijde van Voetius. Sporen in de gereformeerde kerkeraadsacta, Rotterdam 1989, 142-143. 56 O. J. de Jong, ‘De Nadere Reformatie binnen Nederland’, in: O. J. de Jong e.a., Het eigene van de Nederlandse Nadere Reformatie, Houten 1992, 11. Zie voor een historische beschrijving van het begrip De Jong, ‘De Nadere Reformatie binnenNederland’, in: De Jong, Het eigene van de Nederlandse Nadere Reformatie, 9 e.v. Vergelijk hoe bijvoorbeeldÀBrakel zich distantieert vanmystici en piëtisten. Overigens bedoelt hij daarbij nadrukkelijk niet de ware godzaligen onder de piëtisten, waarbij hij met name wijst op degenen die voortkomen uit het lutheranisme en zich willen afwenden van de dwalingen die zij daarin hebben ontdekt. W. à Brakel, Redelijke Godsdienst, deel 1, Utrecht 1973, 1091 e.v. 57 www.ssnr.nl, geraadpleegd 23 augustus 2022. 58 Van de Kamp, Übersetzungen von Erbauungsliteratur und die Rolle von Netzwerken am Ende des 17. Jahrhunderts, 466. 59 H. Westerink, Met het oog van de ziel. Een godsdienstpsychologische en mentaliteitshistorische studie naar mensvisie, zelfonderzoek en geloofsbeleving in het werk vanWillemTeellinck (1579-1629), dissertatie, Zoetermeer 2002, 36. 60 Hij verwijst hierbij naar F.A. van Lieburg, die het bezwaarlijk vindt dat het model door bevindelijk gereformeerden in de 20e eeuw wordt gebruikt tot legitimatie van hun eigen identiteit. Van de Kamp wil echter honoreren dat het model reeds voor de verschijning van deze denominatie is gebruikt, zowel door voor als tegenstanders ervan. Van de Kamp, Übersetzungen von Erbauungsliteratur und die Rolle von Netzwerken am Ende des 17. Jahrhunderts, 12 e.v. en 465.

RkJQdWJsaXNoZXIy OTA4OQ==