9789033132476

WARE TEVREDENHEID

Ware Thomas Watson DEN HERTOG - HOUTEN

Oorspronkelijke titel: aytapkeia: or The Art of Divine Contentment. London 1731. Uit het Engels vertaald door W. van Blaricum. © 2023 Den Hertog B.V. Houten ISBN 978 90 331 3247 6 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij digitaal, elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

7 Inhoud Aan de lezer 7 1. Inleiding tot de tekst 9 2. Verklaring van het eerste deel van de tekst 16 3. Verklaring van het tweede deel van de tekst 22 4. Lessen uit de tekst, met de stelling 28 5. Drie vragen beantwoord 35 6. De aard van de tevredenheid 38 7. Redenen om heilig tevreden te zijn 41 8. Hoe een christen zijn leven aangenaam kan maken 47 9. Een vermaning tot de ontevreden christen 49 10. Overreding tot tevredenheid 53 11. Geestelijke beweegredenen tot tevredenheid 90 12. Drie waarschuwingen 136 13. Hoe een christen kan weten of hij deze Goddelijke tevredenheid heeft geleerd 145 14. Een richtsnoer tot tevredenheid 150 15. De troost voor de tevreden christen 172

9 Aan de lezer Christelijke lezer, Nadat ik ernstig had nagedacht over de grote oneer die de almachtige God is aangedaan (evenals het oordeel dat ons toekomt vanwege de zonde van ontevredenheid), zette het mij in eerste instantie aan tot de bestudering van dit onderwerp. Het is ook niet ongerijmd om dit als volgt aan te pakken in overeenstemming met The Christian Charter. Ik liet u daarin de grote dingen zien die een gelovige in zijn opstanding heeft. De toekomende dingen zijn van hem. Ziehier dan de geheiligde en genadige houding van een christen in dit leven. Zij openbaart zich in niets beters dan in tevredenheid. Ontevredenheid is voor de ziel als een ziekte voor het lichaam; het brengt hem uit zijn humeur en belemmert de regelmatige en verheven uitgangen van het hart naar de hemel zeer. Ontevredenheid is erfelijk en wordt ongetwijfeld versterkt door de vele droevige duisternissen en veranderingen die de laatste tijd in het politieke stelsel zijn opgetreden. Toch kan er voor deze ziekte niet worden gepleit omdat deze natuurlijk is, maar moet die weerstand worden geboden omdat ze zondig is. Wat ons uit liefde zou moeten weghalen bij deze sombere ziekte vandaan, is het overdenken van de schone koningin van de tevredenheid. Wat mij betreft, ik ken geen enkel element in de godsdienst dat een christen meer doet stralen of schitteren in de ogen van God en de mens dan die van

10 tevredenheid. Ook is er beslist niets waarin alle christelijke deugden harmonieuzer functioneren of helderder schitteren dan in dit lichaam. Iedere genade speelt hier haar rol en helpt de ziel haar juiste gesteldheid te houden. Dit is de ware steen der wijzen, die alles in goud verandert. Dit is het bijzondere schilder- en borduurwerk van het hart, dat de bruid van Christus ‘geheel verheerlijkt inwendig’. Wat moet iedere christen begerig zijn om zo’n fonkelende diamant te dragen! Als er een gezegend leven bestaat voordat we in de hemel komen, dan is dat een tevreden leven. En waarom níét tevreden? ‘Waarom zijt gij ontstoken, en waarom is uw aangezicht vervallen?’ (Gen. 4:6). Van alle schepselen heeft de mens de minste reden om ontevreden te zijn. Kunt u iets bij God verdienen? Is Hij u iets schuldig? Wat toch als de zaak verandert en God u onder de duistere roede stelt? Terwijl Hij een roede gebruikt, zou Hij ook een schorpioen kunnen gebruiken. Hij kan u evengoed verdoemen als u slaan.Waarom bent u dan zo klagerig? Waarom geeft u toe aan deze onredelijke en ondankbare zonde van ontevredenheid? De goede Heere verootmoedigt Zijn volk door zo’n adder in hun borst te voeden, wat niet alleen de inwendige vertroostingen wegsnijdt, maar ook gif spuwt in het aangezicht van God Zelf. O christen, die overspoeld bent met deze kwetsende melaatsheid, u draagt de mens der zonde omu heen, want u stelt uzelf bovenGod. U zou, alsof u wijzer was dan Hij, Hem nog brutaal voorschrijven welke toestand het beste voor u is. O, deze duivel van ontevredenheid, wie die ook maar bezit: hij maakt zijn hart tot een kleine hel! Ik weet dat er in dit leven geen volmaakte tevredenheid zal zijn. Volmaakt genot bestaat alleen aan Gods rechterhand. Toch kunnen we hier beginnen met het stemmen van ons instru-

11 ment, voordat we de zoete les van de tevredenheid op de juiste wijze in de hemel spelen. Ik zou blij zijn als dit kleine werkje zou lijken op het hout dat Mozes in het water wierp (Ex. 15:25) om de ruwe, bittere omstandigheden van het leven zoeter en aangenamer te maken om daarvan te drinken. Al vaker heb ik ondernomen om in het openbaar te treden. Van dit werk erken ik dat het ruw is. Een kundiger hand had misschien een opzienbarender ontwerp kunnen maken. Nadat ik echter over het onderwerp had gepreekt, werd ik door enkele van mijn toehoorders ernstig verzocht het te publiceren. Hoewel het niet zo gekleed is in dat rijke gewaad van welsprekendheid als wel zou kunnen, gaat het mij toch niet om dichtkunst of welsprekendheid, maar om Goddelijkheid. Dit is niet bedoeld voor fantasie, maar voor de praktijk. Als ik hiermee enige dienst mag bewijzen of ook maar één cent in de schatkamer van de genade van de kerk mag werpen, dan heb ik wat ik begeer. Het doel van ons leven is om voor God te leven en Zijn Naam door middel van het woord te verheffen. De Heere voege een krachtige zegen toe aan dit werk, en zette het als een nagel in een vaste plaats. Moge Hij het door Zijn barmhartigheid tot een geestelijk geneesmiddel maken, om het slechte humeur van de ontevredenheid uit ons hart te verdrijven, zodat het als een eerkroon op het hoofd van de godsdienst kan worden geplaatst en de kristallen stromen van vreugde en vrede altijd in onze ziel mogen stromen. Dat is het gebed van hem, die ernaar verlangt een getrouwe voorspreker voor u te zijn aan de troon der genade. Uit mijn studeerkamer aan Stephens Walbrook, 5 mei 1653 Thomas Watson

Want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben. Filippenzen 4:11

13 – 1 – Inleiding tot de tekst Deze woorden dienen om tegenwerpingen te voorkomen. Eerder heeft de apostel veel ernstige en hemelse vermaningen uitgesproken, met daarbij de vermaning om in geen ding bezorgd te zijn. Daaronder sluit hij, ten eerste, een verstandige bezorgdheid niet uit; want als ‘iemand de zijnen en voornamelijk zijn huisgenoten niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige’.1 Ten tweede sluit hij ook een godsdienstige bezorgdheid niet uit, want wij dienen te meer onze roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zullen wij nimmermeer struikelen.2 Maar ten derde duidt hij wel op grote bezorgdheid over bepaalde zaken en gebeurtenissen in het leven: ‘Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten en wat gij drinken zult, noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding?’3 In deze opvatting behoort een christen niet al te bezorgd te zijn. Het Griekse woord voor ‘bezorgdheid’ heeft als betekenis: iets wat het hart verscheurt. Daarvoor dient men zich dus wel te hoeden.Wij worden opgeroepen onze weg te wentelen op de Heere: ‘Werpt al uw bekommernis op Hem, want 1 1 Tim. 5:8 2 Verg. 2 Petr. 1:10 3 Matth. 6:25

14 Hij zorgt voor u.’4 God zal voor ons zorgen. Door onze buitensporige bezorgdheid zouden wij Zijn werk uit Zijn handen nemen. Buitensporige bezorgdheid wijst op wantrouwen en verwarring en doet God veel oneer aan. Die buitensporige bezorgdheid doet veel aan Gods voorzienigheid af, alsof Hij in de hemel was en Zich niet bekommerde om wat er gebeurde hier beneden. Het is als met iemand die een klok gemaakt heeft en er niet meer naar omkijkt. Buitengewone bezorgdheid houdt het hart bij belangrijker zaken vandaan. En gewoonlijk, wanneer wij eraan denken hoe wij moeten leven, vergeten wij hoe te sterven. Bekommernis is een geestelijke plaag die verwoest en ontmoedigt. Wij kunnen eerder een mijl toevoegen aan ons verdriet dan een el aan onze lengte toedoen. God spreekt daarover een vloek uit: ‘Zij zullen hun brood met kommer eten, en hun water zullen zij met verbaasdheid drinken, omdat haar land woest zal worden van zijn volheid, vanwege het geweld van al degenen die daarin wonen.’5 Men kan beter vasten dan van zulk brood eten. ‘Weest in geen ding bezorgd, maar laat uw begeerten in alles door bidden en smeken, met dankzegging, bekend worden bij God.’6 Maar wanneer iemand zou zeggen: Ja, Paulus, u spreekt wel tot ons wat u nauwelijks zelf hebt geleerd; hebt u niet geléérd niet al te bezorgd te zijn? In de woorden van de tekst schijnt de apostel hierop impliciet te reageren met de woorden: ‘Ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben.’ Dit gezegde is het waard in onze harten ingeschreven te zijn, en in grote letters geschreven te worden op de kronen en 4 1 Petr. 5:7 5 Ezech. 12:19 6 Filipp. 4:6

15 diademen van vorsten. Het volgende deel valt uiteen in twee algemene gedeelten. 1. De leraar, Paulus: ‘Ik heb geleerd.’ 2. Het onderwijs: ‘Vergenoegd te zijn met elke staat waarin ik verkeer.’ (Eng. vert.)

16 – 2 – Verklaring van het eerste deel van de tekst Ik begin met de leraar en zijn bekwaamheid: ‘Ik heb geleerd’. Hier onderscheid ik twee zaken; ten eerste zegt de apostel niet dat hij had gehoord dat hij in elke staat tevreden behoorde te zijn, hij zei alleen: ‘Ik heb geleerd.’ Hieruit kunnen wij ten eerste leren dat het voor christenen niet voldoende is te weten wat hun plicht is, maar dat zij dienen te leren hun plicht te vervullen. Iets te horen is iets anders dan iets te leren. Het is te vergelijken met eten en eten te bereiden. Paulus was een man van de praktijk. Christenen horen veel, maar leren weinig, vrezen wij. In de gelijkenis van Lukas 8 waren er vier soorten grond en maar één soort grond was goed. Dat is een zinnebeeld van deze waarheid: veel hoorders, maar weinig echte leerlingen. Er zijn twee dingen die ons van het leren afhouden. Ten eerste: het geringschatten van wat wij horen. Christus is de parel van grote waarde; als we deze parel geringschatten, zullen wij nooit de waarde of de deugd ervan kennen. Het Evangelie is eenzeldzaammysterie; opde ene plaatswordt het genoemd ‘het Evangelie van de genade Gods’,7 op een andere 7 Hand. 20:24

17 plaats ‘het Evangelie der heerlijkheid’,8 omdat de heerlijkheid van God erin schittert als in een doorschijnend glas. Maar hij die geleerd heeft dit mysterie te minachten zal moeilijk leren gehoorzaamheid aan het Evangelie te betrachten. Wie op de hemelse dingen neerziet als iets onbelangrijks, als het uitoefenen van een vak of als iets anders wat voor hem belangrijker is, die bevindt zich op de snelweg naar de vervloeking. Zo iemand zal nauwelijks leren wat tot zijn vrede dient. Wie zal leren wat hij nauwelijks de moeite waard vindt? Ten tweede: het vergeten van wat wij horen. Als een scholier de regels voor zich heeft liggen en die even snel vergeet als hij ze leest, zal hij nooit leren. ‘Maar die inziet in de volmaakte wet, die der vrijheid is, en daarbij blijft, deze geen vergetelijk hoorder geworden zijnde, maar een dader des werks, deze, zeg ik, zal gelukzalig zijn in dit zijn doen.’ Aristoteles noemt het geheugen de boekhouder van de ziel. Bernardus van Clairvaux noemt het de maag van de ziel, omdat het dingen kan bewaren en het hemelse voedsel kan veranderen in bloed en geest. Wij kunnen veel dingen onthouden, en herinneren ons wat van geen waarde is. Cyrus kende de namen van elke soldaat in zijn geweldig grote leger. Onaangename dingen herinneren wij ons wel, maar ze zijn de moeite van de herinnering niet waard. Maar het is zoals Hieronymus zegt: ‘Hoe snel vergeten wij niet de heilige waarheden van God?’ Er zijn drie zaken die wij snel vergeten: onze fouten, onze vrienden, onze lessen. Vele christenen lijken op een zeef: stop een zeef in het water en hij is vol; haal hem eruit, dan loopt hij snel leeg. Als zij een preek aanhoren, herinneren zij 8 2 Kor. 4:4

18 er zich wel iets van. Maar evenals de zeef buiten het water, vergeten zij alles zodra zij de kerk verlaten hebben. Christus sprak: ‘Legt gij deze woorden in uw oren.’9 Zoals iemand die een juweel wil verbergen en dat veilig opbergt in zijn kast. Laat die woorden inzinken, niet vallen als de dauw op een blad, maar als de regen die de wortels van de boom bevochtigt, zodat deze vrucht mag dragen. O, hoe vaak pikt de satan als een vogel het goede zaad dat is gezaaid, op! Toepassing Lessen uit de tekst Staat u mij toe u ernstig te beproeven. Sommigen van u hebben veel gehoord – u hebt veertig, vijftig of zestig jaar geleefd onder de gezegende bazuin van het Evangelie – maar wat hebt u geleerd? U kunt duizend preken hebben gehoord en niet één ervan begrepen hebben. Onderzoek daarom uw geweten. U bent vaak gewaarschuwd voor zonden; bent u slechts toehoorder of leert u daarvan? Hoe vaak hebt u geen preken gehoord tegen de hebzucht, de wortel van trots, afgoderij en verraad? Sommigen noemen de hebzucht de grootste zonde. Zij is heel complex, en brengt veel andere zonden met zich mee. Er bestaat nauwelijks een zonde waarvan de hebzucht niet een belangrijk deel uitmaakt. En toch lijkt u op de twee dochters van de bloedzuiger, die uitroept: ‘Geef! geef!’ Hoe vaak hebt u geen waarschuwing gehoord tegen plotselinge boosheid die soms wel lijkt op een geestelijke toestand 9 Luk. 9:44

19 van dronkenschap. Die boosheid leeft in het hart van dwaze mensen. En hoe vaak bent u niet om een kleinigheid boos geworden? Hoe vaak hebt u gehoord niet te zweren. Christus heeft nadrukkelijk gezegd: ‘Maar Ik zeg u: Zweert ganselijk niet, noch bij den hemel, omdat hij is de troon Gods; noch bij de aarde, omdat zij is de voetbank Zijner voeten; noch bij Jeruzalem, omdat zij is de stad des groten Konings; noch bij uw hoofd zult gij zweren, omdat gij niet één haar kunt wit of zwart maken. Maar laat zijn uw woord ja, ja; neen, neen; wat boven deze is, dat is uit den boze.’10 Deze zonde kunnen wij het onvruchtbarewerk van de duisternis noemen.Deze zonde verschaft geen genoegen, geen profijt, waarmee de satan vaak deze zonde aantrekkelijk voorspiegelt. Zweren is verboden en gaat gepaard met een bedreiging. Als iemand zweert, dan zijn dit vliegende pijlen om God te treffen in Zijn heerlijkheid. Maar God schiet ‘een vliegende rol’11 vol vervloekingen naar de overtreder toe. En maakt u een pijl van uw tong om daarmee vloeken als tennisballen te slaan? Vermaakt u zich met vervloekingen, zoals de Filistijnen deden met Simson, die uiteindelijk hun tempel liet instorten? Ach, hoe vaak hebben zij die weten wat zonde is, niet geleerd die zonde te verlaten! Weet iemand die ermee speelt wat een adder is? U hebt vaak van Christus gehoord; hebt u van Christus geleerd? Hieronymus zei dat de Joden Christus in hun Bijbel hadden, maar niet in hun hart. ‘Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden der wereld. Maar 10 Matth. 5:34-37 11 Zach. 5:1

20 ik zeg: Heeft Israël het niet verstaan?’12 De profeten en de apostelen waren als trompetten, waarvan het geluid over de gehele wereld ging. Maar vele duizenden die het geluid van deze trompetten hoorden, hadden Christus niet leren kennen. ‘Doch zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest; want Jesaja zegt: Heere, wie heeft onze prediking geloofd?’13 Iemand kan Christus prediken en Hem toch niet kennen; zelfs de duivelen kenden Hem. ‘En Hij genas er velen, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren, en wierp vele duivelen uit, en liet den duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.’14 Iemand kan Christus prediken en Hem niet kennen, zoals Judas en de valse apostelen.15 Iemand kan Christus belijden en Hem toch niet kennen. ‘Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in UwNaam duivelen uitgeworpen, en in UwNaam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij die de ongerechtigheid werkt.’16 Vraag: Wat houdt het leren van Christus in? Het leren van Christus betekent gemaakt te worden als Christus; de Goddelijke eigenschappen van Zijn heiligheid ingegrift te hebben in onze harten. ‘En wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in 12 Rom. 10:18, 19 13 Rom. 10:16 14 Mark. 1:34 15 2 Kor. 11:13 16 Matth. 7:22, 23

21 gedaante veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.’17 Er vindt dan een gedaanteverwisseling plaats. Een zondaar die ziet op het beeld van Christus in de spiegel van het Evangelie, wordt veranderd in dat beeld. Nooit heeft iemand op Christus gezien met het geestelijke oog, zonder totaal veranderd te zijn. Een waar gelovige is als het schilderij van een Goddelijk landschap, waarin alle zeldzame schoonheden van Christus levendig geportretteerd zijn; hij krijgt dezelfde geest, hetzelfde oordeelsvermogen, dezelfde wil, als Jezus Christus. Christus leren kennen, betekent: in Hem te geloven. ‘En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God.’18 Zodat wij niet alleen God geloven, maar in God geloven – wat de feitelijke toepassing van Christus op onszelf inhoudt. En als het ware betekent het ook de toepassing van het geheiligde medicijn van Zijn bloed op onze zielen. U kunt veel van Christus gehoord hebben en toch niet in nederige aanhankelijkheid zeggen: ‘mijn Jezus’.Wees niet boos als ik u zeg dat de duivel evengoed als u zulke woorden kan spreken. Christus leren kennen is Christus liefhebben. Wanneer wij ons gedragen19 overeenkomstig de Bijbel, dan verspreiden wij een flonkerende luister als van kostelijke diamanten in de Kerk van God, en leven wij in bepaalde opzichten in overeenstemming met het leven van Christus, zoals een afschrift overeenkomt met het origineel. Tot zover de eerste betekenis van het woord. 17 2 Kor. 3:18 18 Joh. 20:28 19 Zie Filipp. 1:27 en 3:20, onze wandel, met kanttekening 85: gedraagt u.

RkJQdWJsaXNoZXIy OTA4OQ==